Horse BasicsThe Hoof or Foot
(1) Diepe buigpees.
(hoefbeenbuigpees)
(2) Oppervlakkige buigpees.
(3) Strekpees.
(4) Kootbeen.
(5) Kroonbeen.
(6) Kroonlederhuid.
(7) Hoefbeen.
(8) Wandlederhuid.
(9) Hoornwand.
(10) Whitte lijn.
(11) Zool.
(12) Voetzool kussen.
(13) Straalbeen.
Corium = Lederhuid.
(1) Insensitive laminae.
(2) Sensitive laminae.
(3) Wandlederhuid.
(1) Bal.
(2) Hoornige steunsels.
(3) Zool.
(4) Hoornwand.
(5) Toon.
(6) Witte lijn.
(7) Straal.
A. Straalgroef.
B. Rand.
C. Laterale groef.
D. Top.
The horse's foot is completely surrounded by a substance similar to a human's
finger nail to protect it against having to sustain the wear and tear of carrying one quarter of the
horse's foot consists of an outer layer of horn (hoof) inside which is contained the pedal and
navicular bones, part of the second phalanx and the deep digital flexor tendon, the end of which is
attached to the pedal bone. The foot also contains the digital pad, lateral cartilages, corono-pedal
joint , blood vessels and nerves. The outer layer consists of the walls; sole, bars and frog.
The hoof is an inert substance composed largely of keratin which is secreted by the coronary corium.
The hoof grows at a rate of approximately 0.5 cm (0.2 in) per month and it receives nourishment from
the sensitive laminae leaf-like structures which line the pedal bone and which bind the hoof to the
bone as they interlock with comparable leaves from the insensitive laminae of the hoof.
The foot as a whole absorbs concussion and by its continuous growth it is able to replace the surface
as this is lost by every day wear and tear.

De hoefkatrol is het complex van het straalbeen, het gedeelte van de pees van de hoefbeenbuiger dat over het straalbeen loopt en de ertussen gelegen slijmbeurs.

Als een paard op ijzers staat is er verminderd hoefmechanisme (spreiden/sluiten) en verminderde
bloedsomloop.

Hoefbevangenheid:
Of voor of voor en achter; nooit alleen achter. Oorzaak: toxinen, bijvoorbeeld teveel eiwitten.
Hoefbevangenheid is een storing in de doorbloeding van de kroonrand (ribbels die de overgang van dood
naar levend materiaal vormen), aan de voeten (hoeven) af te lezen.Overdadig in het lichaam aanwezige toxinen kunnen vastlopen in het hoefbed (kroonrand).
Vochtuittreding kan nu alleen nog naar onder plaatsvinden. Opeenhoping van vocht drukt been en hoef
uitelkaar; 90% voor, zelden achter. Het paard in de modder of in nat zand zetten, of in koud stromend water (beekje); ijzer andersom
eronder (verkeerd beslaan) en aderlaten.

Hoef - huid - hoorn.
Nemen niet of nauwelijks vet op.
Voorhoef ronder, achterhoef smaller.
Hoornscheuren lopen vertikaal.
Hoornkloven lopen horizontaal.
Hoefmechanisme: voldoende beweging
-belasting: achter wijder, zool vlakker, bloed uit de hoef
-ontlastend: bloedaanvoer
Binnen 5-8 weken bekappen.
Hoefbeslag: draagrand beschermen tegen slijtage
gang en stand bevorderen (corrigeren)
uitglijden voorkomen. Ijzers verleggen of bijwerken om de 6-8 weken.
Klapijzer voorkomt inslaan met het achterijzer (toon recht) in het voorijzer.
Strijkijzer (binnenzijde recht) voorkomt verwondingen aan de kogel van het andere been.
Hoefziektes:
Hoeflederhuidontsteking (hoefzweer, nageltred)
Vernageling
Rotstraal
Hoefbevangenheid: door overbelasting (lange ritten op harde bodem), door overmaat van bepaalde
voedingsstoffen (witte Acacia), door infekties elders in het lichaam en door langdurig transport.

Overhoef:
een beenwoekering die boven de kroonrand uit kan steken of zich soms als een verticale nerf boven de hoornwand voordoet; vaak moeilijk waar te nemen; het is een ernstige afwjiking, die op latere leeftijd kan ontstaan in verband met zwakke gewrichten, abnormale beentstanden, trauma, ondoelmatig beslag of slecht bekappen van de hoeven.

Steengallen:
roodbruin verkleurde plekken in het hoefhoorn; dit zijn reeds eerder opgetreden kneuzingen van de hoeflederhuid van de zool.